BLOG

Uit het leven gegrepen

Wanneer we komen invallen of helpen in een groep, maken we elke dag weer prachtige dingen mee met de leerlingen. Momenten om in te lijsten. Dat doen we dan in onderstaande blogs.

6 januari 2025
Waarom doe je de dingen die je doet? Dat is een vraag waar we eigenlijk vrijwel nooit écht bij stilstaan. Maar wat als de dingen die je doet, leren in de weg staat of voorkomt dat je boodschap overkomt. Dan zijn er vaak genoeg externe factoren, die een verklaring kunnen bieden: ouders die geen steun kunnen bieden, het kind heeft een lage intelligentie of een stoornis, de school staat in een achterstandswijk en ga zo maar door. Ik heb gemerkt dat het erg gemakkelijk is om te schermen met deze externe factoren. En zo heb ik, al mijn goede bedoelingen ten spijt, kinderen gekweekt die afhankelijk zijn van externe input om gedrag te sturen. Door er straf tegenover te zetten: “Als je je huiswerk niet maakt, dan blijf je even na schooltijd zitten om het te maken.” of “Als het niet op tijd stil is in de klas, krijgen jullie een dictee.” Door te belonen: “Als jullie nu heel erg je best doen, dan houden we tijd over om naar buiten te gaan.” of “Als je groepje genoeg herinneringskaartjes overhoudt, dan mogen jullie naar een filmpje op het digibord kijken.” En… het werkt! Kinderen leveren hun huiswerk keurig in, zijn sneller stil, werken hard en taakgericht. Totdat de straf vergeten is of de beloning niet (langer) gekoppeld is aan de activiteit van het moment. En dan blijkt dat die externe input ook nodig wordt om sociaal gedrag bij te sturen. Conflicten gaan de boventoon voeren, scheldwoorden en klappen worden uitgewisseld. Er wordt gepraat, gesoebat en gestraft. Ouders worden uitgenodigd voor een gesprek op school. Gedragscontracten worden opgelegd. En… het werkt! Kinderen letten op school op hun woorden en houden hun handen thuis. Totdat school uit is en social media een perfecte uitlaatklep blijkt te zijn. Totdat de dreiging van straf afneemt of het gedragscontract verloopt. Ja, ik heb het over zo’n klas. Zo’n klas waar vrijwel iedere leerkracht er in zijn loopbaan een of meerdere van krijgt. Een klas waar elke interventie die je pleegt, geen blijvend effect lijkt te hebben. Een klas waarover door veel mensen wordt gepraat: door de leerkracht, de directeur, de intern begeleider en het team, door de ouders op het schoolplein en door de kinderen. Een klas die nergens meer op reageert en een leerkracht die steeds gefrustreerder raakt. Waarom doe je de dingen die je doet? Op een gegeven moment raak je het zicht kwijt op het antwoord op deze vraag. Dat is het moment waarop je ‘rock bodem’ raakt. Het moment waarop je voor de keuze staat: ga ik mijzelf toestaan om hieraan onderdoor te gaan of ga ik hulp inschakelen? Ik heb ervoor gekozen om hulp in te schakelen. En dan komt er iemand in de klas die de Bounce methodiek inzet en veranderingen bewerkstelligt. Veranderingen in de sfeer in de klas, veranderingen in de werkhouding. Veranderingen die mij nieuwsgierig maakten naar wat er aan de Bounce methodiek ten grondslag ligt. Ik maak het mee. De klas verandert, stap voor stap. Ik zie de opstandigheid die de methode oproept. Opstandigheid die nodig is om bestaande patronen en denkbeelden in de openheid te brengen en te doorbreken. Ik zie het zelfbewustzijn van kinderen daardoor groeien. Ik zie dat steeds meer kinderen in staat zijn tot zelfsturing. Het enthousiasme groeit.
Waarom strenger worden averechts werkt in het onderwijs
6 januari 2025
Vraag een gemiddeld ouder, leerkracht of andere opvoeder wat er moet gebeuren als een kind niet luistert of verstorend gedrag vertoond. ‘Gewoon een beetje strenger zijn’. Tuurlijk, je probeert het eerst met begrip, de zachte hand, de positieve beloningen enzo. Maar als dat allemaal niet meer werkt, moet je wel gaan optreden.. toch? Helaas gaan we dan helemaal voorbij aan de onderliggende problemen van kinderen die niet op STRENG reageren, nog minder op STRENGER en die je helemaal kwijt bent bij STRENGST. Ons advies: draai het eens om. Laten we vooraf al even definiëren wat ‘streng’ is. Het is bovenal ‘duidelijk’. Maken we met elkaar afspraken in de klas over hoe we met elkaar omgaan, dan houden we elkaar daaraan. We wijzen elkaar daarop en geven elkaar de kans om het bij te stellen – bewustmaking en herstel. Hoe ziet de omkering van streng – strenger – strengst er dan uit? Het gros van de kinderen kan prima overweg met de afspraken en die kun je daar ook op aanspreken. Voor die kinderen ben je ‘streng’, oftwel ‘duidelijk’. Je laat geen ruimte, iedere afwijking van de afspraken adresseer je. Uiteraard vriendelijk en zonder oordeel, maar wel superduidelijk. Dat oogt voor de argeloze aanschouwer als super’streng’, maar het is onderdeel van opvoeding en het neerzetten van een veilig pedagogisch klimaat. Een klimaat waarin ruimte is voor ontspanning, verbinding en bovenal; ruimte om te leren. Dan heb je kinderen die het (eerst nog) niet lukt, die vanuit hun eigen onveiligheid of onbevredigde behoeftes (nog) aanspreekbaar zijn op afspraken, die hun gedrag (nog) niet kunnen bijstellen na bewustmaking. Juist deze kinderen worden traditioneel steeds ‘strenger’ toegesproken, inclusief escalatieladders en wat dies meer zij. Maar juist deze kinderen hebben fundamenteel iets anders nodig; ze moeten gezien worden, het gevoel krijgen niet afgewezen te worden, zich competent gaan voelen etc.  Vliegt er een kind dus volledig ‘uit de bocht’, draai het dan eens om. Kijk naar wat dat kind nodig heeft en geef hem of haar dat. Ga een kopje thee met hem of haar halen, geef hem of haar taakjes waar hij of zij goed in is. Hou hem of haar dicht bij je en ben er voor hem of haar. Want geloof me, ‘strenger-strengst’ is al genoeg op deze kinderen geprobeerd. Misschien kan het ze breken, kan het ze (tijdelijk) in hun ‘hok’ krijgen, maar ze zullen er niet van groeien en niets van leren. Enkel dat zij ten diepste worden afgewezen.
23 september 2024
Het is de week tegen het pesten. Vandaag op het jeugdjournaal verscheen een item over roddelen. Onze groep 8 doet altijd graag mee aan de stelling na afloop van het jeugdjournaal. Met deze keer de stelling: “kinderen die roddelen moeten straf krijgen”. Inmiddels zijn ze kinderen gewend dat ze bij ons niet wegkomen met ‘eens’ of ‘oneens’. Graag horen we een onderbouwing. De meerderheid koos via ‘eens’ voor het straffen van roddelaars, dus daar hoorde ik graag een onderbouwing op. Die luidde ‘roddelen is vervelend voor diegene die het overkomt, dus dat moet stoppen’. Kijk, daar kun je het niet mee oneens zijn, toch? We zouden op basis van die onderbouwing op ‘eens’ kunnen drukken als klas, maar wacht even.. zullen we even verder kijken? Het stoppen van roddelen is het juiste doel, maar is het straffen dan wel het juiste middel? Daarvoor zouden we eerst moeten kijken waar roddelen eigenlijk vandaan komt. Tijd dus voor een les over de menselijke psyche. Roddelen heeft een functie. Het versterkt de band tussen mensen die roddelen. Het geeft een gevoel van bij elkaar horen. Dat willen we graag. Maar het gaat ten koste van het onderwerp van roddel. Dat willen we niet. Dus gaat het erom te gaan zoeken naar andere manieren om iedereen het gevoel te geven ergens bij te mogen horen. Deel twee van de les ging over dat iedereen ook graag gezien wordt. Om gezien te worden, wil je groot(s) zijn. Zelfverzekerde kinderen doen dat door goed hun best te doen op school, door iets te doen voor anderen. Zij stijgen dan zelf. Maar kinderen die minder in hun vel zitten of niet in zichzelf geloven, proberen groter te worden door anderen kleiner te maken. En voilà, dan zijn we bij roddelen en pesten. Terug naar de stelling. Nu we weten waar roddelen en pesten vandaan komt, denken we dan nog steeds dat straffen het beste idee is? De klas ziet in; dat kan anders. We kunnen iemand die het nodig heeft, een keer een compliment geven. Een sfeer in de klas scheppen waarin we elkaar helpen te groeien zodat niemand de behoefte voelt om een ander naar beneden te halen.  En dus… klikten we op ‘oneens’
29 januari 2024
‘Ik weet niet wat het is, meester, maar eigenlijk word ik blij vanbinnen als ik hoor dat andere kinderen bang voor me zijn. Waarom is dat?’ Het is donderdagmiddag en we bespreken in een klein groepje de veranderingen die er plaats vinden in groep 7 sinds wij ze begeleiden. Onder alle oppervlakkige onrust en opstootjes zit een hoop pijn, onzekerheid en jarenlang gevoel van onveiligheid in de groep en helaas vaak ook thuis. Beetje bij beetje pellen we de laagjes af en helpen we de kids aan inzicht in henzelf en in de interactie met anderen. Zo kwamen we aan op het punt dat veel kinderen aangaven bang te zijn voor Bas*, omdat hij jarenlang de ‘bully’ van de klas was. Met Bas zijn we vanaf het begin van het jaar stevig aan de slag; onder de laag stoerheid en opstandigheid zit een heleboel pijn – ook al blijft hij dat zelf hardnekkig ontkennen. En we maken vorderingen. Maar nu zit hij even vast. We hebben hem net verteld dat kinderen bang van hem zijn en willen met hem kijken of er iets van herstel kan plaatsvinden naar de groep. En dan komt hij met deze ontboezeming. Een teken dat hij zich hier in ieder geval veilig voelt. Een klasgenootje schiet te hulp. Marnix* kan als geen ander dingen onder woorden brengen. In de klas is hij geregeld té lang van stof, maar nu pakt hij in één keer de essentie. ‘Weet je wat het is?’, zegt hij. ‘Het is net als bij mij. Ik was eerst een hele lieve jongen, maar vanaf groep 4 ging ik bij sommige kinderen een stoer jasje aantrekken. En als je dan zo vaak dat stoere jasje hebt aangetrokken, weet je niet zo goed meer hoe hij uit moet.’ Kippenvel, wij hadden het niet beter kunnen zeggen. Precies hierom bespreken we dit met leeftijdsgenootjes. Bas geeft aan dat hij toch liever niet heeft dat kinderen bang voor hem blijven en laat de klas later die dag weten dat hij het anders wil doen voortaan. We weten ook dat dat hem niet direct 100% van de tijd gaat lukken, maar dan zijn wij er weer voor hem om ervan te leren en zich te herstellen. Zo komt het goed met Bas en met deze groep.  * niet hun echte naam
2 december 2023
The body content of your post goes here. To edit this text, click on it and delete this default text and start typing your own or paste your own from a different source.
16 november 2023
Woensdag 13:15, het laatste uur van de schooldag. Een seintje van de gymmeester. Het loopt niet lekker met groep 7; een groep die het schooljaar hiervoor uit elkaar is gehaald wegens de groepsdynamiek. Gedoe in de gymzaal dus. Mooi! Een kans om een stap te maken met de kids. Daar aangekomen krijg ik te horen dat er van de drie kwartier slechts 10 minuten is gegymd wegens al het gedoe. Ik vraag of de kinderen die graag hadden gegymd nog even mee mogen doen met de volgende groep en neem zeven jongens mee naar de kleedkamer. Ik vraag ze naar de klas te gaan en te zorgen dat als ik daar over 3 minuten kom, het muisstil is. Aan mijn toon, ongewoon rustig, merken ze dat het me ernst is. Wanneer ik de klas binnen kom, is het inderdaad muisstil. De gezichtjes staan op onweer – logisch, zij voelen een bui hangen en verwachten een donderpreek. Zo zijn ze dat gewend. Maar een ding weet je zeker, wanneer je nu begint met een gesprek, zul je in strijd belanden. Gelukkig is het september, dus mijn bak met pepernoten is al gevuld. “Zo, zeg ik. Eerst maar eens wat pepernoten om in de stemming te komen.” Verbazing op de gezichten en een gretige blik wanneer ik langskom met de bak. Brams gezicht blijft echter nors. “Hmm”, zeg ik wanneer ik bij hem kom “ik denk dat jij er drie nodig hebt om een glimlach op je gezicht te krijgen.” Ook Bram ontspant.  Nu is er ruimte om hun gedrag te duiden en hen inzicht te geven wat er in hun koppies omgaat. De denkfouten (anderen de schuld geven, alles of niets denken, egocentrisme etc) worden besproken en de jongens beseffen dat ze dat anders willen. “Mooi, daar kan ik jullie bij helpen. Zullen we morgen daarmee starten?”. En met een goed gevoel gaat iedereen naar huis.
3 november 2023
Pauzes, schoolpleinen. De tijd en plaats waar altijd van alles gebeurt. Er gedoe is. Of zoals wij het liever zien: betekenisvolle gebeurtenissen die aanleiding geven tot pedagogische interventies. Als je weet hoe te handelen. Ik zie het op een afstand gebeuren. Het potje voetbal gaat bij Mason (niet zijn echte naam) niet zoals hij wenst. Gevolg: frustratie waar met woede op wordt gereageerd – schelden naar andere kinderen. Mason mag nog leren dat er ook andere reacties op frustratie mogelijk zijn. Een juf ziet het en wil ingrijpen. Mason reageert de nog aanwezige frustratie af op Juf die ook wat woorden naar haar hoofd krijgt, waarop de Juf ook boos wordt. Ook juf mag leren dat je anders kunt reageren op een kind die naar je uithaalt. Mason loopt boos weg, toevallig mijn kant op. Ik vraag ‘kun je even komen?’ ‘NEE!’ is het antwoord. ‘Akkoord, wanneer kan het wel? Over een minuut of twee?’ ‘Ja, dan wel’. Het oerbrein moet even tot rust komen voordat er weer betekenisvol gecommuniceerd kan worden met Mason. Ik laat hem en geef de afspraak aan Juf door. Die wil er echter niet van weten – ‘Zo gaan we hier niet met elkaar om’ en gaat toch naar Mason waarop de boel ontploft. Ik zucht.  Aan het eind van de dag zie ik de ouders van Mason op school komen waar ze ongetwijfeld horen dat dit gedrag niet getolereerd wordt. En Mason? Die heeft alleen maar geleerd dat hij niet deugt, dat hij het niet kan. Maar had je hem de tijd gegeven, dan had je met hem prima kunnen reflecteren op zijn gedrag en had je hem het aanbod kunnen doen hem te leren anders om te gaan met frustratie. Een gemiste kans.
23 oktober 2023
Het is even wennen voor de kinderen bij ons in de klas. In plaats van een juf en meester die zeggen hoe je je te gedragen hebt, maken we je bewust. Bijvoorbeeld van denkfouten zoals: ‘anderen de schuld geven’, ‘egocentrisme’ of ‘uitgaan van het slechtste’. Of van dingen die je leergeschiktheid ondermijnen; een gat in de aandachtslijn of rommel op je tafel. Na die bewustmaking kun je zelf besluiten of je andere keuzes wilt maken. Natuurlijk is de praktijk niet zo eenvoudig als hier beschreven. Want ‘the truth (bewustmaking) will set you free, but before it does it will make you angry.’ Een eerste reactie is nog vaak irritatie, een grom of een frons. Door er luchtig mee om te gaan, verandert dat na een tijdje in een oprecht ‘dankjewel voor de bewustmaking’. Een reisje op de ladder van negatief naar positief. Moeilijker wordt het wanneer een kind om wat voor reden dan ook al zo is gekwetst dat het besloten heeft dat het er allemaal niet meer toe doet. Onverschillig. Boeien. Kan me niet schelen. ‘Flikker op met je bewustmaking’. Verdrietig om te zien, op leeftijd van 10-11 jaar. Lucas* doet daar een schepje bovenop; hij slingert nog wat hatelijkheden naar je hoofd. Waarom? Hij heeft de overtuiging dat hij alleen maar in conflict kan zijn, niet deugt en afgewezen wordt. En hij wordt graag bevestigd in die overtuiging. Dat is makkelijker dan te geloven dat het anders kan, dat is te kwetsbaar…  Het laatste dat wij dan moeten doen is hem tegemoet te komen in de wens tot bevestiging. We laten dus veel hatelijkheden links liggen, besteden er geen aandacht aan. We geven hem betekenisvolle taken in de klas en de kans om positieve ervaringen op te doen. Alles wat je aandacht geeft, groeit immers. *niet zijn echte naam

“Denk aleer gij doende zijt en al doende, denk dan nog.”

Share by: