Wetenschappelijke basis

Wetenschappelijke basis

achter de bounce-methodiek

De Bounce-methodiek is gestoeld op wetenschappelijke inzichten, gecombineerd met praktijkervaring. Over de jaren heen combineerden we de verschillende inzichten over goed onderwijs die samen de Bounce-methodiek vormen.

In 2022 verscheen een rapport van het UNESCO Mahatma Gandhi Institute of Education for Peace and Sustainable Development (MGIEP) dat de wetenschappelijke basis van de Bounce-methodiek goed weergeeft.


Dit rapport - International Science and Evidence Based Education (ISEE) Assessment - bracht meer dan 300 experts uit 45 landen samen voor een wereldwijd raadplegingsproces met wetenschappers en specialisten uit verschillende disciplines zoals neurowetenschap, technologie, onderwijs, filosofie en duurzaamheid.


Hieronder zijn de belangrijkste conclusies van het rapport opgenomen en voorzien van een toelichting over hoe de Bounce-methodiek dit inzicht verwerkt in de aanpak. 



Bevindingen ISEE Rapport 2022

  • 1. Elke leerling leert anders

    Elke leerling leert anders en wordt beïnvloed door een complexe combinatie van interne factoren (biologisch inclusief neurobiologisch) en context (politiek, sociaal, cultureel, institutioneel, milieu, technologisch, enz.). Daarom is het ontvangen van een gepersonaliseerde leerervaring een recht en een mensenrecht voor elke leerling.


    Bounce-methodiek geeft gedifferentieerd instructies; centraal wat kan, gepersonaliseerd wat moet in de verlengde instructie door leerkracht en/of medeleerling. Kinderen die stof al begrijpen krijgen de rol van producent of controleur, kinderen die verder mogen oefenen zijn consument. 


  • 2. Hele brein

    Een op de hele brein gerichte benadering van leren versterkt de onderlinge verbondenheid van cognitie en de sociaal-emotionele domeinen, wat essentieel is voor de menselijke bloei.


    In de Bounce-methodiek omschrijven we doelen voor de leerlingen op  de 3 gebieden: persoonlijkheidsontwikkeling, sociaal emotioneel en cognitief. Deze komen voortdurend integraal en gemedieerd aan bod. 


  • 3. Context

    Context heeft een grote invloed op het ontwerp en de implementatie van een onderwijs voor bloei, maar na verloop van tijd zal onderwijs voor bloei ook de context beïnvloeden, wat leidt tot een opwaartse spiraal naar duurzame en vreedzame samenlevingen over de hele wereld.


    Dit is het vertrekpunt van de Bounce-methodiek: hope for a better world. Wanneer we de kinderen van nu leren zich te verhouden tot de wereld om zich heen, krijgen we een betere samenleving. Dagelijks starten we met bespreking en de duiding van de actualiteiten waarmee we de wereld de klas in brengen en in context brengen van het groter geheel. In alle lessen, van taal tot geschiedenis, wordt in de Bounce-methodiek context aangebracht waardoor leerlingen geen ‘lesjes’ maken maar leren over zichzelf, de wereld en het vak dat aan bod is. 


  • 4. Keuzevrijheid

    De keuzevrijheid van de lerende moet worden bevorderd door over te schakelen van passief naar actief leren, waarbij elke leerling actief deelneemt aan en experimenteert met informatie en de omgeving en de relatie tussen leraar en student bidirectioneel is.


    In de Bounce-methodiek krijgen leerlingen van meet af aan actieve rollen in de klas: voorzitter, administratie, lesvoorbereider, quiz makers, producent, controleur, etc. Wanneer de leerlingen zijn geactiveerd, is het kiezen en ontdekken van een eigen leerlijn in hoge mate mogelijk (binnen de beperkingen van het huidige schoolsysteem). 


  • 5. Potentialiteit in plaats van meritocratie

    Potentialiteit in plaats van meritocratie moet worden gebruikt om het succes van leerlingen te evalueren. Potentialiteit wordt gemeten aan de hand van de eigen leersnelheid van een individu op basis van een gepersonaliseerd leertraject dat dynamische en formatieve leerling beoordelingen gebruikt.


    Binnen de mogelijkheden van het huidige schoolsysteem besteedt de Bounce-methodiek maximaal aandacht aan het bespreken en afmeten van succes aan de eigen ontwikkeling. Wanneer de juiste context over de ‘rapportcijfers’ wordt aangebracht, hoeft het geen taboe te zijn om cijfers klassikaal te bespreken, de ontwikkeling van ieder kind is uniek en mag gezien en gevierd worden. Kinderen leren zichzelf en hun potentie beter kennen. Zodat ze weten wat zij kunnen toevoegen aan de wereld om zich heen en wat zij nodig hebben van de wereld om uit te groeien tot een groot persoon.  


  • 6. Multidisciplinaire dialoog, onderzoek en samenwerking

    Multidisciplinaire dialoog, onderzoek en samenwerking zijn nodig om te zorgen voor verschillende perspectieven, begrip en context om onderwijs en leren te begeleiden.


    In de Bounce methodiek belichten we onderwerpen vanuit diverse perspectieven. De verscheidenheid binnen de populatie in de klas wordt gebruikt als het uitgangspunt om de gebeurtenissen in de wereld en de thema’s in de lessen van diverse kanten te belichten. Iedere les wordt voorzien van betekenisvolle contexten.


De basis van de bouncemethodiek

Wat we weten over goed onderwijs, ontwikkeling en opvoeding

Veel van wat we doen in het onderwijs, heeft geen wetenschappelijke basis. In 'Het onderwijsvragenboek' (Operation Education) blijkt dat veel van het huidige onderwijs een resultaat is van een reeks toevalligheden. De Bounce-methodiek heeft een stevige wetenschappelijke basis in onderwijskunde, ontwikkelingspsychologie en sociologie.

List of Services

Share by: